Let op: nog slechts enkele exemplaren aanwezig.

Beschrijving Boek “GROEN APELDOORN – de boom- en bloemkwekerijen”

In dit “Groen Apeldoorn” leest u over de ontwikkeling van Apeldoorn, met betrekking tot de boom- en bloemkwekerijen in Apeldoorn Noord en Zuid en de dorpen.  Het boek geeft een mooi overzicht van boom en bloemkwekerijen per wijk en de dorpen,  met veel afbeeldingen.

Ook het indrukwekkende tuinencomplex dat stadhouder Willem III in 1689 liet aanleggen bij zijn zomerverblijf/jachtslot dat tussen 1685 en 1687 in zijn opdracht werd gebouwd en dat nu het huidige museum Paleis Het Loo is, komt aan bod. Willem III hield zich intensief bezig met het kwekerijgebeuren. De Bloemisterij/kwekerij bij Paleis Het Loo is de oudste en grootste kwekerij in Apeldoorn. 

In de negentiende eeuw kwam de groei van Apeldoorn in een stroomversnelling terecht. Door de aansluiting van Apeldoorn op het spoorwegnet in 1876 werd de bereikbaarheid sterk verbeterd.
De aanwezigheid van een koning en een paleis, de natuurlijke en gezonde omgeving – de schone lucht en het heldere drinkwater – lokte veel  renteniers en welgestelde oud-Indiëgangers uit het westen van het land naar Apeldoorn.  Het dorp begon in snel tempo van karakter te veranderen en de Parkenbuurt werd aangelegd. De eerste villa’s verschenen rond vanaf 1880. Grote villa’s met grote tuinen. De nieuwe Apeldoorners hadden geld genoeg voor de aanleg van een mooie tuin. Natuurlijk moesten de grote tuinen op Het Loo en in de Parkenbuurt aangelegd en onderhouden worden. Aantrekkelijk werk voor kwekers. De kwekerijen schoten als paddenstoelen uit de grond. Eerst eigenlijk zelfs aan de rand van het kleine dorpscentrum, maar heden ten dage liggen die vroegere locaties midden in de stad. Waar zaten deze kwekerijen??? Veel foto’s in het boek verduidelijken dat.

Apeldoorn groeide als kool en veel kwekerijen moesten plaats maken voor huizen en winkelpanden. Een aantal kwekerijen schoven door naar de “buitenwegen”, anderen vestigden zich later in de wijk Zevenhuizen, die toen nog een paar boerderijtjes telde.  De grond was daar kwalitatief goed en er was ruimte in overvloed. Maar ook die kwekerijen verdwenen met de komst van de nieuwbouw naar verloop van tijd ook weer.

Met onder andere de aanleg van de wijk “De Parken” met zijn drie parken, was het nodig de bloemperken jaarlijks van nieuwe perkplanten te voorzien. De slechte of dode bomen en struiken moesten ook vervangen worden. Een gemeentelijke plantsoenendienst was er toen nog niet. Dus moest het benodigde plantmateriaal gekocht worden bij lokale kwekers. 
Kennelijk werd op den duur toch de noodzaak gevoeld om te beschikken over een eigen kwekerij. Door de aankoop van de gemeente in 1930 van het landgoed Marialust met bijbehorende gebouwen, tuinen en kassen werd het mogelijk alle gemeentelijke kwekersactiviteiten te concentreren op deze locatie.  In het boek is hier dan ook een hoofdstuk aan geweid.


In het boek zijn ook foto’s en teksten opgenomen voor de kwekerijen in de dorpen en er is uiteraard aandacht voor het “productieproces” en de verkoop, zoals het vroeger ging en heden ten dage.